In het eerste deel van Bart zijn series legden we de vinger op de zere plek: de mismatch tussen de theorie van de junior projectmanager en de praktijkervaring van de senior engineers. De beste manier om deze vicieuze cirkel te doorbreken? Coaching! Maar hoe werkt dat in de praktijk? Hoe zorg je ervoor dat een junior niet alleen lijstjes bijhoudt, maar echt een volwaardige gesprekspartner wordt voor het engineerings team? Daarbij is juiste coaching vanuit het hogere operationele management noodzaak.
De Interventie: Strategische Coaching.
3 pijlers voor een effectief coachingstraject:
[ Pijler A: de vertaling van Proces naar Techniek.
Spreek de taal van de operationele realiteit.
Het begint allemaal bij de manier van communiceren. Leren om risico’s niet enkel als data in een spreadsheet te presenteren, maar deze weten te vertalen naar de operationele realiteit.
[ Pijler B: Socratic Method: vragen ipv zenden.
Samenwerken op basis van respect.
De junior coachen om de autoriteit van de senior engineers niet rechtstreeks uit te dagen, maar gebruik te maken van gerichte open vragen. Door de senior zelf de rekensom te laten maken ontstaat er bewustwording van het risico wat ervoor zorgt dat de senior geen gezichtverlies lijdt op de werkvloer.
[ Pijler C: Zichtbaarheid op de Werkvloer (Gemba).
Vanuit de kantoortuin naar de werkvloer.
Een project sturen vanuit achter het bureau werkt gewoonweg niet, zo ook niet in de techniek. Respect verdien je tussen de machines, bij de testopstelling of in de fabriekshal. Binnen Lean Management noemen ze dit ook wel “Go to the Gemba”: of te wel gaan naar de plek waar het echte werk gebeurd.
Conclusie: wat levert dit precies op?
Het coachen van een junior projectmanager op deze drie punten is geen “soft” HR-beleid, maar een harde zakelijke noodzaak om projecten goed te laten verlopen. Wanneer een organisatie er actief voor kiest om juniors te coachen in plaats van hen te laten overstemmen door het senior-ego:
- Wordt de methodologische projectbeheersing daadwerkelijk verankerd in de praktijk. Dit leidt tot een hogere voorspelbaarheid van projecten: ze worden vaker on-time en on-budget opgeleverd.
- Profiteert de organisatie maximaal van de nieuwste theoretische inzichten die junioren met zich meebrengen, zonder dat dit ten koste gaat van de noodzakelijke praktijkervaring. De theorie blijft geen papieren werkelijkheid, maar wordt een middel ondersteunt door de praktische realiteit.
- Uiteindelijk ontstaat er een synergie op de werkvloer. De senior leert om breder te kijken dan de eigen discipline en de junior ontwikkeld zich om in de toekomst zelfstandig projecten te dragen.
Het resultaat is een voorspelbare, beheersbare en goed draaiende projectorganisatie waar theorie en praktijk elkaar niet langer in de weg zitten, maar elkaar juist versterken. En laat dit nou exact de visie en de structuur zijn die we binnen Tacon dagelijks nastreven en borgen bij lopende projecten.

